Vandaag las ik een boeiend artikel op De Correspondent: ‘De Bermudadriehoek van talent: waarom veelbelovende twintigers kiezen voor betekenisloze banen op de Zuidas’ van Simon van Teutem. Net daarvoor zag ik een filmpje op mijn sociale media-tijdlijn met een fragment uit het KRO-programma De Verwondering, waarin cultuurfilosoof Evert Jan Ouweneel sprak. De kern van zijn betoog was: wij zijn het samenleven verleerd. Alles draait tegenwoordig om individuele keuzes, doelen en ontwikkeling. Ondertussen woedt er in Den Haag een debat over de keuze tussen het vasthouden aan beleid en het belonen van medemenselijkheid.
Alle drie de verhalen leiden tot een sombere conclusie. We streven massaal naar individueel succes en vergeten dat een samenleving alleen functioneert als we voor elkaar zorgen en samenleven bevorderen. Het succes van de groep is het succes van het individu.
Van Teutem concludeert in zijn boek De Bermuda-Driehoek van Talent dat er vier beweegredenen zijn voor jonge, slimme mensen om te kiezen voor een carrière bij consultancybureaus, grote advocatenkantoren en banken: gravitas (of charisma), winnen, sociale status en persoonlijke groei. Deze vier drijfveren zijn terug te voeren op een samenleving waarin individueel succes onlosmakelijk verbonden is met financiële voorspoed en maatschappelijke status. Het prestige van deze sectoren suggereert dat hun medewerkers het hoogst haalbare hebben bereikt – gravitas. Dat hoogste niveau impliceert dat zij al ‘gewonnen’ hebben, en in onze samenleving is winnen een statussymbool. Persoonlijke groei wordt daarbij gedefinieerd als het ontbreken van vaste werkpatronen, het vermijden van verplichtingen en het hebben van talloze keuzes en vrijheden.
Tot mijn eigen ergernis bevind ik mij in dezelfde denkbubbel. Van Teutem richt zich op twintigers, maar deze waarden zijn door voorgaande generaties ontwikkeld en gekoesterd. Ook ik, als veertiger, en mijn leeftijdgenoten met mij, delen hun successen op sociale media. We streven naar banen die veel mogelijkheden bieden voor persoonlijke groei en vrijheid en benijden degenen die, in onze ogen, die status al hebben bereikt.
Uiteindelijk kan niemand succesvol zijn zonder dat de omgeving deze mogelijkheden biedt. Je kunt je alleen onderdompelen in een werkweek van 80 tot 90 uur als iemand anders zorgt voor je eten (van productie tot aan je koelkast), het huishouden doet en, indien van toepassing, de kinderen verzorgt. Dankzij een opleiding met inspirerende docenten en/of uitstekende boeken kon jij je kennis vergaren. Goed onderhouden wegen en een betrouwbaar openbaar vervoerssysteem zorgen ervoor dat je altijd op tijd op je werk bent.
In ons ideaalbeeld van persoonlijk succes vergeten we dat dit succes gezamenlijk wordt mogelijk gemaakt. Antropologe Margaret Mead stelde eenvoudig: de samenleving begint wanneer er voor een zieke wordt gezorgd. Ik zou daaraan willen toevoegen: een samenleving is pas echt succesvol als we samen iedereen laten bloeien en ieders bijdrage erkennen en waarderen. Evert Jan Ouweneel pleit voor een verhaal waarin iedereen een held is. Laten we hopen dat medemenselijkheid het fundament vormt van onze samenleving, en niet slechts het beleid van enkelen.