Kunnen we wel voorbij onszelf kijken? Dat is een van de vragen die dit weekend bij me opkomt. Na mijn bezoek aan de Architectuurbiënnale van Venetië in de week daarvoor durf ik met grote zekerheid te zeggen: nee, dat kunnen we niet. Best jammer, want ondanks goede bedoelingen blijven we onszelf centraal stellen. De menselijke maat, zelfs voor vogelhuisjes.

Natuurinclusief ontwerpen is een van de thema’s op de biënnale. Er wordt actief onderzoek gedaan naar het leven in Venetië buiten de mens om. Op de expositie wordt een voorstel getoond voor onderkomens voor dieren in de stad, waar de mens toch als uitgangspunt is genomen: vogelhuisjes die gezamenlijk een hele gevelwand bekleden, vleermuizennesten zo groot dat vampiers er zelfs in menselijke gedaante in zouden passen.

Architectuur is altijd mensgericht, en een architectuurtentoonstelling bevestigt dat alleen maar. Het is nobel om te vragen of we de intelligentie van de natuur, technologie en het collectief kunnen inzetten. Maar in mijn ogen blijft alleen het collectief overeind. We beschouwen de natuur als volwaardige partner, maar zetten natuurlijke kennis vooral in voor ons eigen voordeel. En ook technologische innovatie in Venetië blijkt afhankelijk van de mens: de robots vallen stil en worden door mensen gerepareerd.

Het collectief blijft bestaan dankzij de mensen. De kracht zit in de veelheid van deelnemers: valt er een uit, dan gaat de rest door. Een tweede kracht ligt in het idee dat het collectief niet alleen uit mensen hoeft te bestaan. Kunnen we samenwerken met dieren, techniek en planten? Op het moment dat niet-menselijke deelnemers onderdeel worden van het collectief, zetten de mensen een stap terug. Er ontstaat ruimte voor de natuur, voor dieren, insecten, microben en meer. Ook techniek wordt een actieve deelnemer aan het geheel.

De biënnale vormt zo een les: laat techniek, natuur en alles wat niet-menselijk is een actieve rol spelen in ons leven als onderdeel van een collectief. Pas dan wordt een inclusieve toekomst haalbaar. Leer de ander echt kennen, onderzoek hun behoeften en wensen. Zo kom je tot een betere samenleving voor mens en alles wat niet-mens is.

Tot slot zit in deze expositie nog een pleidooi tegen alle ideeën om de maan te exploiteren. Alle innovaties bedoeld voor de ruimtevaart hebben meer invloed op ons leven op aarde dan in de ruimte zelf. We redden het niet in de ruimte; de aarde, dáár moeten we het mee doen. Daarom opnieuw: denk als collectief. Wat goed is voor de natuur, is uiteindelijk ook goed voor ons.