Jaren geleden werkte ik aan een opdracht voor het NIOD, gericht op het online platform Oorlogsbronnen.nl. Hoewel ik me toen vooral bezighield met het bedrijfsmodel en de marketing van het platform, kwam vorige week een gesprek over de inhoud weer bij me boven. De programmadirecteur sprak toen de wens uit om ooit onderzoek te (laten) doen naar de ‘grijze massa’: welke invloed had deze groep op de ontwikkelingen in de aanloop naar, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog?
Die vraag houdt me nog steeds bezig, maar leidt ook tot een vervolgvraag: zijn wij in Europa, en specifiek in Nederland, niet gewoon op dezelfde manier aan het afglijden? De afgelopen decennia was het altijd: wat in de Verenigde Staten gebeurt, komt uiteindelijk ook hier terecht. Thuis praten we er regelmatig over, of hier een halt in te roepen is. Om uiteindelijk te concluderen: wij kunnen dit niet veranderen. De VS is ver weg, en daar hebben we geen invloed op.
Maar hier, in Nederland? Uit mijn gesprek bij het NIOD bleek dat je al snel deel uitmaakt van die grijze massa. Mensen die actief iets ondernemen voor of tegen een onderdrukker zijn schaars. Anderen zwijgen niet omdat ze geen mening hebben, maar omdat ze een afweging maken: wat heb ik nu, en wat kan ik verliezen als ik mijn mond opendoe? En: welke gevolgen heeft mijn handelen voor mijn dierbaren?
Een groot verschil met eerdere opkomende regimes in Europa is de aanwezigheid van internet. We kunnen nu gemakkelijk filmpjes uploaden van gebeurtenissen en zo laten zien wat er werkelijk speelt. Dat maakt de gebeurtenissen in de VS, Gaza en andere regio’s zo anders: ze worden zichtbaarder, komen dichterbij, en het gevoel van urgentie groeit. Ook het idee dat je iets moet doen wordt sterker.
Dat gevoel had ik vorige week ook. Ik voelde dat ik in mijn weekreflectie aandacht moest besteden aan de gebeurtenissen in de Verenigde Staten. Net zoals ik vind dat de Nederlandse politiek te ver naar rechts opschuift, puur voor eigen gewin mensen uitsluit en nostalgisch terugverlangt naar het verleden. Maar hoe blijf je in jouw eigen kracht, om niet te vervallen in frustratie of een uitsluitende boodschap? Want juist door in gesprek te blijven, kom je achter de drijfveren, angsten en de dingen die je kunt verbeteren voor iedereen.
Zo werk ik op mijn eigen manier aan een betere wereld. Met mijn werk geef ik cursisten nieuwe inzichten in hoe de gebouwde wereld in elkaar steekt: hoe de gebouwde omgeving gevormd wordt door ons denken en doen. Door bewustwording van dit systeem kunnen we veranderingen aanbrengen in de letterlijk in beton gegoten uitsluiting, beperkingen en mogelijkheden. Neem sociale huurwoningen: vaak zijn ze al van een afstand herkenbaar, en dat stigma – dat het ‘goedkopere’ huizen zijn – is in het ontwerp vastgelegd. Of kijk naar winkelstraten waar alleen grote ketens kans maken, terwijl kleine boetieks amper voet aan de grond krijgen. En vergeet ecologische ingrepen niet, die onze straten en steden leefbaarder maken.
En ook eigentijdse kunst prikkelt om de wereld vanuit andere perspectieven te zien – misschien socialer, of met meer bewondering voor de ander. Het zijn kleine stappen, minder zichtbaar dan een protest op de A12 en minder bedreigend voor de gevestigde orde. Maar het zijn wel de ideeën, handvatten en concrete stappen die ervoor zorgen dat oplossingen daadwerkelijk worden uitgevoerd. Ben ik minder zichtbaar? Ja. Heb ik daardoor minder effect? Misschien niet – of misschien wel evenveel. Behoor ik tot de grijze massa? Vast, als hardhandig protest of meedoen aan radicale actie de enige alternatieven zijn. Aan de andere kant, soms is radicaal zijn juist wat een samenleving nodig heeft...
©Afbeelding: KaperGerlings Instituut; Overzichtsfoto van de Spaanse bijdrage aan de Venetiaanse Architectuurbiënnale in 2023. Met Foodscapes wilde de curatoren laten zien in hoeverre onze voedselproductie ons landschap heeft ingericht.