Wanneer is een park, tuin of bos nog onderhouden en wanneer vinden wij dit verwilderd en onprettig? Die vraag houdt mij de afgelopen dagen bezig. Want in architectuurland wordt steeds vaker benadrukt dat groen een vast onderdeel moet zijn in het ontwerp, ecologisch bouwen de toekomst is en wij deels moeten accepteren dat strak gemaaide grasvelden verleden tijd zijn.
De vraag kwam op door vier dingen die toevallig samen voorbij kwamen die gaan over groenonderhoud. Twee items op AT5, één boek en een stadsplein. Het gaat bij alle vier over perspectief op, zeggenschap over en het onderhoud van het groene deel van onze leefomgeving.
Het eerste item op AT5 draaide om de tuin van een huurder van woningorganisatie Ymere. De verhuurder, Ymere, vindt de tuin verwaarloosd, onhoudbaar en een stoorfactor in het onderhoud van de woning. De bewoner ziet een ecologische tuin, ietwat verwilderd wat in zijn ogen goed is voor de verschillende dieren in zijn tuin. AT5 brengt een zeer groene tuin in beeld met hoge struiken, kleine vijver en verder een willekeur aan plantjes, grassen en bloemen. De woning is verhuld achter het struikgewas.
Het tweede item op AT5 was een wandeling met de stadsecoloog door de in aanbouw zijnde Amstelkwartier, waar in de plannen is opgenomen om meer groen de stad in te krijgen. Grote open plekken worden gesierd met oude bomen, grasvelden met een diversiteit aan bloeiende planten, afgewisseld met lage struiken. Overal doorgangen voor kleinere dieren om wegen, trein- en trambanen over of onderdoor te steken. Beheerd groen.
Het derde deel is het boek Palaces for the People. How to build a more equal & united society van Eric Klinenberg. In het hoofdstuk over veilige plekken verwijst de auteur op leegstand én onbeheerde vervallen stukken land als plekken die criminaliteit aantrekken. En dat, wanneer vooral die vervallen terreinen weer op orde zijn gebracht, de buurt zich wezenlijk veiliger voelt. Én dat de criminaliteitscijfers dalen! Klinenberg beschrijft niet wanneer een stuk vervallen grond als zodanig beschouwd wordt. Wel dat vuil zoals oude matrassen, ander huisraad en vuilniszakken weg worden gehaald, het groen wordt gesnoeid en de paden gerepareerd worden.
En als vierde element stond ik zaterdag in Haarlem op het Leidseplein, een rechthoekig plein met in het midden een speeltuin, sportveldje en buurthuis dat als geheel volledig omzoomd is door bomen en hoge struiken. De omliggende huizen kunnen het midden van het plein niet zien. Heerlijk koel of zeer verwilderd. Afhankelijk van het perspectief en moment wordt het groen anders beleefd.
Dus twee voorbeelden van enigszins verwilderd groen en twee voorbeelden van strak geordend en beheerd groen. Terug bij mijn initiële vraag: wanneer is groen verwilderd en niet meer oké?
In alle verhalen die ik deel zit een stukje zorg en aandacht voor het groen en de leefomgeving. En daarmee indirect zorg en aandacht voor de mensen die hier wonen. Is dat de leidraad en het obstakel bij de woning van Ymere? Het zichtbaar maken dat je aandacht hebt voor jouw omgeving? Terwijl in meer verwilderde tuinen en parken vaak een grotere biodiversiteit is. Ik ben er nog niet uit, want in de ogen van de beschouwer kan een nette tuin, park of bos er volledig anders uitzien dan dat ikzelf voor ogen heb.