Soms komen dingen op één plek en in tijd samen. Kruispunten, zegt Ralph altijd. Bijvoorbeeld letterlijk, wanneer je op een kruispunt vanuit alle kanten verkeer komt, terwijl je daarvoor en daarna lange tijd niemand ziet. Of zoals deze week kruispunten met betrekking tot de Verenigde Staten en hun wereldbeeld. In een boek en expositie. Samen vormen zij een cursus begrijpend lezen en begrijpend kijken.
In de opleiding kunstgeschiedenis in Utrecht wordt het vak iconografie gegeven en soms het daarmee verwante iconologie. Iconografie is begrijpend kijken met drie vragen: Wat zie ik daadwerkelijk, wat vertellen de onderdelen samen en wat wil de kunstenaar ons vertellen? En misschien wel een betere vraag: wil de kunstenaar ons wel iets vertellen?
De tentoonstelling ‘American Myth & Memory: David Levinthal Photographs’ in het H’ART Museum in Amsterdam is volledig iconografisch. De maker heeft een duidelijke betekenis achter zijn werk en legt ook zijn betekenis uit. Hij geeft een kritische blik op de Amerikaanse mythe en herinneringsvorming. Zijn foto’s zijn wazig: een schim van de reproductie van de daadwerkelijke gebeurtenis. We zien slechts wat wij willen zien en herkennen de schim van het verhaal, vooral de eenzame held, de succesvolle leider of het uiterlijke ideaal.
Maar om het werk van Levinthal te begrijpen als niet-Amerikaan, heb je context nodig. Veel culturele context, die in behapbare brokken in het museum wordt verschaft. Want wat vertelt Levinthal ons nog meer met zijn foto’s dat hijzelf niet verteld? Dat is het veld van de iconologie, waar de ruimte voor eigen interpretatie groot is. Bijvoorbeeld het feit dat Levinthal zelf onderdeel is van de Amerikaanse cultuur en daarmee ook onbedoeld meer verhalen verteld. Of niet natuurlijk, daar zit de interpretatie.
Die interpretatie zit ook in het boek van ‘The Anglo-Saxon Bias. Two centuries of British and American elites’ van Ton Munnich. Toevallig gevonden in een straatbibliotheek in Utrecht. Munnich bespreekt het ontstaan van de beeldvorming van de Brit en de Amerikaan als superieur volk aan de hand van een geschreven wetenschapsgeschiedenis. Startend met de Britse politiek-econoom Thomas Malthus die in 1798 zijn essay ‘An Essay on the Principles of Population, as it affects the Future Improvement of Society – with remarks on the speculations of Mr. Godwin, Mr. Condorcet, and other writers’ publiceerde. Munnich haalt hier het woord ‘improvement’ aan als start van zijn pleidooi. Verbetering verbindt Malthus aan de strijd om bestaansrecht, waarbij de sterksten winnen.
Het boek van Munnich is een les in begrijpend lezen. Zijn betoog haalt teksten aan, die vakkundig worden ontleend. Een woord als ‘territory’ is een vervanger van kolonie, ‘freedom’ in een goed geformuleerde zin kan ook betekenen dat vrijheid van de ander wordt beperkt. Of de militaire campagnes in Afghanistan, de Filipijnen en Centraal Amerika werden allen gevat onder de koepel ‘Enduring Freedom’. Wiens vrijheid? Het grotere verhaal dat Munnich vertelt, is naargeestiger: hij stelt dat het superioriteitsgevoel diep verankerd is in het zelfbeeld van de Amerikaan.
Zowel de tentoonstelling in het H’ART Museum als het boek van Ton Munnich geven een beeld van de Verenigde Staten en de vorming van hun zelfbeeld, aan de hand van mythen, herinneringen en verhalen. Die zo sterk zijn, dat wij als buitenstaanders dankzij de beeldcultuur en de media dit beeld ook geloven. Kritisch kijken naar de Verenigde Staten is voor ons bijna net zo lastig als voor de Amerikanen zelf.
Zowel in het H’ART Museum als in het boek van Munnich zit een lichte vorm van teleurstelling. Namelijk dat de ideale wereld waar wij zo van dromen, dat de goede held altijd wint, ook maar een kwestie van perspectief is. Een perspectief dat al heel vroeg bij ons wordt gevormd. ‘Speelgoed is geen onschuldig object, maar een representatie van de cultuur waaruit het voortkomt.’ aldus David Levinthal. Al op jonge leeftijd start onze weg van begrijpend lezen en kijken.
©Foto: impressie van het werk van David Levinthal in het H'ART Museum in Amsterdam.