Wat nemen we mee als we moeten vluchten en alles wat tastbaar is achterlaten? Wat maakt ons dan nog herkenbaar als Nederlander? En wat bindt ons dan, behalve de gezamenlijke herinnering aan een plek die niet meer bestaat? Het is de vraag die Edouard Duval-Carrié zich stelde na zijn vlucht uit Haïti in 1991, toen hij terechtkwam in Miami, Florida. Wat nemen Haïtianen mee tijdens hun vlucht, als het geen tastbare spullen zijn? Zijn antwoord deed me nadenken: wat als de wereld heel anders in elkaar steekt, hoe zou die wereld er dan uitzien?

Duval-Carrié maakt werk rond de lwa’s, de geesten die volgens hem met de Haïtianen uit Haïti meereisden en die hen al eerder uit Afrika hadden gevolgd. Op de Biënnale van Venetië (2026) heeft hij de ruimte gekregen om met zijn werk een altaar voor hen in te richten: een plek van bezinning. Zijn invalshoek, presentatie en vraagstuk, zette mij aan het denken.

Juist omdat in mijn nabije kring mystiek, religie, mythen en sagen grotendeels afwezig zijn. Nuchterheid, denk ik, is een goede omschrijving. Wetenschappelijk onderzoek, bewijsvoering en het trekken van conclusies op basis daarvan vormen de basis waaruit wij de wereld bekijken. Soms wordt het gemis aan familietradities of rituelen uitgesproken, maar vaker wordt hier aan voorbijgegaan.

Met het werk van Duval-Carrié en zijn collega’s in Venetië worden religieuze, mystieke en andere verhalen gepresenteerd als alternatieve zienswijzen op de wereld. Alternatief niet als zweverig of vreemd, maar als anders: een uitnodiging om de wereld vanuit een ander perspectief te bekijken. Met meer mystiek, waarbij andere wezens onze levens vormgeven, met meer verbondenheid met onze voorouders en nakomelingen, op plekken waar tijd en plaats zelf vloeibaar worden.

Want hoe zouden we ons land en huis inrichten als we ons verbonden voelen met bomen, dieren en insecten – die net zoveel familie zijn als een broer, zus, kind of ouder? Zou ons huis dan ook onderdak bieden aan hen? En waar wonen onze voorouders dan? En is dan „Vroeger was geluk nog heel gewoon“ vervangen door „Geluk, heel gewoon“?

Als we anders naar onze wereld kijken, zou onze rijkdom dan misschien meer gemeten worden in vrije tijd of in gezelligheid op het terras met de dieren om ons heen, en minder in termen van geld en bezit? En als het tastbare even belangrijk is als het ontastbare, draait het dan om bezit of om zijn?

Hoop is de leidraad in Venetië: hoop op een toekomst van gelijkheid, gezondheid, gemeenschapszin, samenleven, eerlijkheid – voor mens, flora en fauna. En eigenlijk: flora en fauna, want de boodschap is dat wij net zozeer fauna zijn als elk ander wezen. Zouden we met dat perspectief een andere wereld vormen, zonder eenzaamheid, armoede, ongelijkheid en dergelijke? En hoe kijken we dan terug op het nu, die fase in ons bestaan waarin we elkaar even vergeten waren? Toen wij dachten dat de wereld anders was ingericht.