Een paar weken geleden waren we op studiereis bij de Biënnale van Venetië. Meteen daarna kwam de eerste reisgroep aan die we tijdens onze vijfdaagse reis begeleidden en ook op de Biënnale rondleidden.
Als verhalenverteller is deze keer vooral de Giardini voor mij een oase. Dat verschilt per editie. Soms is het de Giardini die het sterkst blijft hangen, soms de Arsenale en soms juist de landenexposities verspreid door de stad. Maar deze keer bleef ik in de Giardini steeds opnieuw terugkomen bij één woord.
Stromen.
De stromen van verhalen, mensen en processen. Stromen die zich verplaatsen van mens tot mens, van plaats tot plaats en in de loop van de tijd. Verhalen die worden doorgegeven. Beelden die blijven hangen. Herinneringen die generaties lang worden meegedragen. Maar ook processen die zich blijven herhalen, veranderen of voortzetten. Soms zichtbaar aan de oppervlakte, soms bijna ongemerkt.
En daaronder de onderstromen. De onderstromen van betekenissen, gevoelens, communicatie en processen. Alles wat onder de oppervlakte speelt, vloeit of niet wordt uitgesproken. Alles wat mensen, groepen en samenlevingen met zich meedragen zonder dat het altijd zichtbaar is. Juist die laag maakte voor mij deze Giardini zo interessant.
In de Arsenale zag ik veel mooi werk, maar in de Giardini vond ik meer bedding. Een bedding die mij prikkelde tot actief nadenken, meedenken en overdenken. Niet alleen kijken naar wat er staat, hangt of klinkt, maar ook naar wat daaronder beweegt.
Zo bijvoorbeeld de verhalen en beelden van de 50.000 postkaarten die in het paviljoen van Spanje hangen. Kaarten die mensen jarenlang naar elkaar stuurden. Aan de oppervlakte zie je een enorme stroom van papier, beelden, handschriften en adressen. Maar daaronder voel je de onderstroom van menselijk contact. Van herinneringen die onderweg zijn geweest. Van kleine momenten die iemand belangrijk genoeg vond om te bewaren, te schrijven of te versturen. Het proces van schrijven, ontvangen, bewaren en opnieuw bekijken wordt daar bijna tastbaar. Alsof al die persoonlijke gebaren samen een stille wereldgeschiedenis vormen.
Ook in het Belgische paviljoen blijft een stroom zichtbaar. Onder de steeds muterende stroom van woorden ontstaat telkens een andere klankenmelange. Woorden veranderen, klanken verschuiven en betekenis blijft in beweging. Aan de oppervlakte hoor je taal, ritme en geluid. Maar daaronder zit voor mij de onderstroom van communicatie zelf. Hoe woorden nooit helemaal vastliggen. Hoe mensen elkaar proberen te bereiken, maar ook hoe taal kan schuiven, haperen, zingen of ontsporen. Het proces van spreken en luisteren wordt daar zelf een stroom.
Bij de stroom van mensen, processen, beelden en woorden hoort ook de protestroep. De protestroep van degene die niet gehoord wordt. De protestroep voor een betere samenleving, leefomgeving en medemenselijkheid. Protest is niet alleen een moment van roepen. Het is ook een onderstroom die zich opbouwt. Eerst als onrust, dan als weerstand, dan als stem.
Zo ook in het Oostenrijkse paviljoen, waar de mens in een maalstroom van zelf gecreëerde vernietigende mechanismen wordt blootgesteld aan schadelijke invloeden. Aan de oppervlakte zie je kracht, lichaam, water, techniek en fysieke spanning. Maar daaronder voel je een proces dat veel verder gaat: een samenleving die zichzelf blijft opvoeren, belasten en uitputten. Een destructiviteit die roept om zuivering. Niet als mooi woord, maar als noodzaak. Hoeveel druk kan een mens, een lichaam of een samenleving verdragen voordat het systeem zichzelf begint aan te tasten?
Ook het Nederlandse paviljoen beantwoordt het thema van de Biënnale met een protestoproep. De grunt van de performer wordt vervormd en vindt uiteindelijk geen weg meer naar buiten. De stem raakt opgesloten. Aan de oppervlakte hoor je een rauwe klank, een lichamelijke roep. Maar daaronder voel je de onderstroom van vervreemding. Wat gebeurt er wanneer onze eigen stem vervormd raakt? Wanneer we niet meer goed weten of wat we zien nog echt is, of gemaakt, gladgestreken en verdraaid? Voor mij werd het een oproep om de schone schijn te stoppen. Om de vervorming van onze blik op de wereld onder ogen te zien. Om af te sluiten van de ruis en terug te keren naar een diepere eigen stem. Een stem die oproept om te stoppen, stil te vallen en opnieuw te beginnen.
Het Deense paviljoen bombardeert ons met mannelijke bravoure en vrouwelijke aantrekkelijkheid. Met kleine videobeelden van de sperm race-battles en levensgrote bombshells van videobeelden met ideaalbeelden van vrouwen. Aan de oppervlakte zie je lichamen, seksualiteit, competitie, succes en aantrekkelijkheid. Maar daaronder zit opnieuw het protest tegen maatschappelijke druk. De druk om te presteren. Om aantrekkelijk te zijn. Om succesvol over te komen. We zijn eenlingen in een nieuwe maatschappij, waarin we bedolven worden onder een stroom van beelden, teksten en communicatie. Daaronder voel je de onderstroom van vergelijking, onzekerheid en uitputting. Het proces waarin ideaalbeelden steeds opnieuw worden gemaakt, verspreid en op ons geprojecteerd. Alsof we voortdurend moeten bewijzen dat we voldoen.
In het Duitse paviljoen stromen historische verhalen door objecten die de kunstenaar verzamelde uit de DDR-tijd. Aan de oppervlakte zie je meubels, gordijnen, objecten en sporen van een voorbije tijd. Maar de tijd beweegt verder en toch voel je daar de onderdrukte mens die achter de gordijnen leeft. Glurende gordijnen die meteen ook controle impliceren of symboliseren. Uiteindelijk monden ze letterlijk uit in een enorm ijzeren gordijn. Daaronder zit de onderstroom van geschiedenis die nooit echt verdwijnt. Controle, toezicht, angst en aanpassing verdwijnen niet zomaar wanneer een periode voorbij is. Ze blijven doorwerken in mensen, in gebouwen, in herinneringen en in hoe een samenleving zichzelf opnieuw probeert te begrijpen.
Een boodschap voor ons in de toekomst…
Wat deze Giardini zo mooi maakt, is in deze context ook het contrast met gevoelige en mooie kunst. Niet alles schreeuwt. Niet alles protesteert hardop. Soms werkt een paviljoen juist omdat het iets zachts, kwetsbaars of zorgzaams tegenover die andere stromen zet.
In het Japanse paviljoen gaat het over zorg voor elkaar en voor onze maatschappij. Je mag een van de vijf à zes kilo zware baby’s meedragen en verzorgen. Aan de oppervlakte is dat bijna eenvoudig: je draagt een baby. Maar juist in die eenvoudige handeling zit de onderstroom. Zorg is geen idee, maar een proces. Iets wat je doet, volhoudt, overdraagt en soms ook zwaar vindt. Het is een metafoor voor het zorg dragen voor de toekomst van de mens, wat begint bij ons nageslacht. De toekomst is hier niet iets abstracts. Je voelt haar letterlijk aan je lichaam hangen. Je moet haar dragen.
In het paviljoen van Tsjechië en Slowakije, in het gebouw van het vroegere Tsjechoslowakije dat nu honderd jaar bestaat, komen stromen opnieuw samen. Een Tsjechische en een Slowaakse kunstenaar werken samen aan een film waarin het vroegere populaire cartoonmolletje Krtek tot leven komt in Meneer M. Aan de oppervlakte zie je een bekend figuurtje uit de jeugdcultuur terugkeren. Maar daaronder stroomt veel meer mee: jeugdherinneringen, politieke geschiedenis, erfgoed, nostalgie en de vraag wat je als samenleving blijft doorgeven. Verhalen die ooit educatie voor de jeugd waren, worden nu opnieuw bekeken. Wat nemen we mee uit het verleden? Wat bewaren we? Wat laten we verdwijnen? En wat hebben we nodig om in de toekomst verder te kunnen?
Misschien is dat uiteindelijk wat mij deze keer zo is bijgebleven. Niet alleen de zichtbare stromen van mensen, beelden, woorden en objecten. Maar vooral de onderstromen daaronder. De processen van herinneren en vergeten. Van spreken en niet gehoord worden. Van kijken en bekeken worden. Van zorgen en doorgeven. Van aanpassen, protesteren, bewaren en opnieuw beginnen.
Deze reflectie is maar een klein deel van alle indrukken van onze vierdaagse studie en het begeleiden en rondleiden van onze eerste reisgroep. We doen dit al jaren en toch hebben we geleerd dat iedere editie weer nieuwe inzichten brengt.
Inzichten die niet meteen verdwijnen wanneer je het terrein verlaat. Ze blijven als onderstromen doorwerken in onze perceptie van mens, samenleving en leefomgeving.