Bouwen wij de perfecte, ideale wereld, of nemen wij onze imperfecties net zo hard mee? Nu mijn werk steeds meer draait om lezen, reflecteren, onderzoeken en schrijven over stedelijke antropologie en ruimtelijke kwaliteit, word ik steeds zekerder van het laatste.

De utopische stad is een eeuwenoud ideaal, waarbij de utopie een gedroomde omgeving is vol idealen. Per cultuur en per persoon verschillen de idealen die aan de utopie ten grondslag liggen, en daardoor verschilt ook de uitkomst.

Een voorbeeld dat mij de laatste tijd sterk bezighoudt, is het vraagstuk over de formele en informele economie. De formele economie omvat werkzaamheden waar belasting over wordt betaald. De informele economie bestaat uit werkzaamheden waarvoor meestal geen belasting wordt betaald. Denk aan de aan- en verkopen op de vrijmarkt, de schoonmaker die thuis werkt of de buurman die in zijn keuken de halve wijk knipt.

In allerlei discussiestukken over de grote missie voor meer woningbouw wordt nu steeds vaker gepleit voor het opnemen van meer werkplekken in nieuwe wijken. Zonder deze integratie blijven we vastzitten aan verkeersopstoppingen en slaapsteden. Vrijwel altijd gaat het echter over de formele economie: kantoren, winkels, horeca en mogelijk een kleine werkplaats voor een fietsenmaker of schoenmaker.

Tegelijkertijd ontstaan veel creatieve ideeën, nieuwe producten en innovatieve handel binnen informele trajecten. Denk aan iemand die in de schuur werkt aan een nieuwe ergonomische stoel, een programmeur die op zolder een nieuw softwareprogramma ontwerpt, of iemand die thuis sleutelt aan auto’s en uiteindelijk een eigen garage begint.

Omdat wij nu grotendeels leven in een formele economie, bouwen we ook steeds vaker voor de formele economie. Dit resulteert in woonhuizen met hooguit een schuurtje voor de fietsen. Bovendien zie ik steeds meer woningen waarbij zolder, schuur of garage verdwijnen ten gunste van gezamenlijk gedeelde ruimtes. Hierdoor verdwijnt de mogelijkheid om (hobbymatig) een eigen kleine bijverdienste op te zetten steeds meer uit onze woonomgeving.

Waarom is dat belangrijk? Omdat voor velen hun vaste baan niet aansluit bij hun utopische toekomst. Extra ruimte stelt hen in staat te experimenteren met een andere toekomst. Juist in die vindingrijkheid schuilt de potentiële ontwikkeling van onze samenleving. Bovendien passen veel mensen niet in de vaste kaders van het werkende bestaan en kunnen zij juist een zelfstandig bestaan opbouwen met een start in de informele economie.

Deze informele economische bedrijvigheid draagt bij aan een levendige buurt, waarin mensen elkaar kennen en helpen. Kleine bedrijvigheid fungeert als de ogen en oren van de wijk en versterkt de gemeenschapszin en levendigheid. Dat is dan weer mijn utopie.

© Afbeelding: markt in Manilla, foto Nic Law (via Pexels), de Spaghettiflat langs Poelenburg (Zaandam), foto van Frank Markesteijn (via Wikipedia), Kruisplein in Rotterdam, foto KaperGerlings Instituut