Danielson, Scherfbeck, Järnefelt, Gallen-Kallela, Halonen en Enckell, Finlands gouden tijd in de beeldende kunst

Zoals elk land of regio een bloeiperiode kent in de kunsten, heeft ook Finland een Gouden Periode. Deze periode die grofweg vanaf 1880 tot ongeveer 1914 zijn hoogtepunt kent, is alleen te begrijpen als je de historische ontwikkelingen voor en tijdens deze periode kent. Want een culturele bloei gaat vaak gepaard met een economische groei en culturele vrijheden. Zaken die voor Finland geen vanzelfsprekendheid waren.

Voordat de kunst aan bod komt, eerst een flinke stap terug in de tijd, naar 1808 wanneer Russische troepen het Zweedse hertogdom Finland binnenvallen. Finland werd het strijdtoneel tussen Zweden, die een verbond hadden gesloten met Engeland en Rusland, dat een verbond had met Napoleon. Finland werd voor de Russen de bufferzone tussen hen en het machtige Zweden. Wanneer in 1809 het Zweedse leger wankelde, maakte tsaar Alexander I een trip naar Porvoo in Finland. Hij won de Finse adel, geestelijkheid en burgerij voor zich door hen beloftes te geven over autonomie, behoudt van het lutherse geloof, het Zweedse rechtssysteem en de rechten van de adel, kerk en burgerij te respecteren in ruil voor hun loyaliteit aan de tsaar. In september van 1809 sloten Zweden en Rusland vrede en Finland werd een relatief autonoom groothertogdom onder Russisch bestuur. De tsaar richtte zelfs een Comité voor Finse zaken op, met uitsluitend Finse vertegenwoordigers. Zo hoopte hij de rust te bewaren.

De grootste verandering onder tsaar Alexander I was de verplaatsing van de hoofdstad. Oorspronkelijk vormde Turku de politieke hoofdstad, maar volgens Alexander lag deze te dicht bij Zweden. Hij koos voor Helsinki, deze lag dichterbij Sint Petersburg en was door de baai beter beschermd tegen aanvallen. Zo groeide Helsinki snel uit van een dorp met 4.000 inwoners naar het economisch, politiek en culturele centrum van het groothertogdom.

Nationalisme

Ondanks dat de Russen Finland tot een eigen politieke eenheid hadden gemaakt, bleef toch de Russificatie een dwingend proces op de achtergrond. Rond 1820 wordt het Comité voor Finse zaken opgeheven en moet een nieuwe gouverneur-generaal de Finnen weer in het gareel brengen. De Russische twijfel over de loyaliteit van de Finnen had een oorzaak. In deze periode kwamen het nationalisme en patriottisme in Europa op en ook het groothertogdom Finland werd door deze beweging beïnvloed. Romantische verhalen over het Finse volk en hun verbondenheid met de natuur en het grondgebied Finland versterkte deze gevoelens. In 1835 schreef Elias Lönnrot de Kalewala, een epos dat is opgebouwd uit Finse volksverhalen en mythologie. De Zweed Johan Ludvig Runeberg schreef Fänrik Ståls sägner met verhalen van vaandrig Stål die plaatsvonden in de periode 1808-1809 waarbij Finland overging naar Rusland. En Aleksis Kivi, die met Seitsemän veljestä het verhaal vertelde over zeven Finse broers, richtte zich op Finland en de culturele vorming van dit land. Alle boeken wel in het Zweeds, omdat publiceren in het Fins verboden was. Zweeds was vooral de taal van de ambtenaren en adel, terwijl Fins de taal was in de lagere sociale klassen. Een klassenverschil dat al onder Zweeds bewind was ontstaan.

Een belangrijke aanjager achter het zelfvertrouwen van de Finnen was de Krimoorlog tussen 1853 en 1856. Deze oorlog kwam ten einde met de Vrede van Parijs en Rusland was de grote verliezer. Het Russische mobiele leger bleek ondermaats en slecht te presteren. Rusland was niet meer een grote bedreiging en de tsaren waren vooral teleurgesteld dat zij hun slavische broedervolken niet konden beschermen. En tsaar Nicolaas I overleed gedurende de oorlog in 1855 en werd opgevolgd door de meer hervormingsgezinde tsaar Alexander II. Hij vreesde een Finse opstand en behandelde de regio met uiterste voorzichtigheid. In 1856 bezocht de tsaar Finland, stelde daarvoor een hervormingsgezinde gouverneur aan en voerde tijdens zijn bezoek vele hervormingen door op het gebied van handel, economie en onderwijs. Ook kreeg Helsinki een rechtstreekse spoorverbinding met Sint Petersburg, dat een groot effect had op de economische groei van de stad. Dat werd ondersteund door de afschaffing van heffingen en belastingen op Finse producten in 1859. Ook het financiële systeem werd hervormd, handelsrestricties opgeheven en de censuur op artiesten, kunstenaars en schrijvers werden verlicht. Ook volgde een Finse grondwet (gebaseerd op het Zweedse model), waarin de rechten van alle sociale standen werden vastgelegd.’

Dankzij deze hervormingen en de nieuwe grondwet, kwam er ruimte voor politieke partijen. En daarmee laaide ook de taalstrijd op. De Fennomanen streefden naar erkenning van de Finse taal, de Svecomanen probeerden de positie van de Zweedse taal te handhaven, ondanks dat deze taal slechts door een zeer klein deel van de Finse bevolking werd gesproken. Uiteindelijk legde tsaar Alexander III (de zoon van Alexander II) vast dat iedere staatsinstelling zelf mocht bepalen of het Fins of Zweeds als officiële taal toepastte.

Russificatie

Het aantreden van Alexander III was voor de Finnen slecht nieuws. Deze tsaar wilde zijn keizerrijk unificeren onder invloed van het panslavisme en het Russische nationalisme. In 1881 startte dit proces, dat in het begin alleen bleef bij het opheffen van de Finse posterijen. Maar in 1894 werd Alexander III opgevolgd door zijn zoon Nicolaas II die de russificatie van zijn vader verder wilde voorzetten. Nicolaas was een stuk strenger en kwam met een pakket met nieuwe maatregelen. De Finse munt werd afgeschaft, op scholen en overheidsinstellingen werd Russisch de officiële voertaal. Het effect was averechts en zorgde voor een opleving in het Finse nationalisme. De tsaar kreeg van de politieke machthebbers in Sint Petersburg de vrije hand, wat resulteerde in stakingen en opstanden. Iets dat Nicolaas II niet kon gebruiken met aan de oostkant van zijn rijk een oorlog met Japan. Hij besloot in november 1905 om zich gematigder op te stellen, waarbij hij zelfs de Finse Landdag hervormde en het aantal kiesgerechtigden verhoogde van 126.000 mensen naar 1,3 miljoen, inclusief een groot deel aan vrouwelijke stemgerechtigden. Bij de aanvang van de Eerste Wereldoorlog hoefde Finland geen soldaten af te staan aan de tsaar. Het vertrouwen van de gouverneur-generaal Seyn in de loyaliteit van de Finse soldaten was te laag om hun een positie in het leger te geven.

Na de Russische Revolutie in 1917nam de Finse politiek de macht over. Op 18 juli 1917 werd vastgesteld dat het Finse parlement de hoogste autoriteit was met direct politieke en militaire conflicten in de regio. Uiteindelijk werd in november van 1917 een nieuw parlement gevormd en op 6 december werd de onafhankelijkheid van Finland uitgeroepen dat op 31 december door de Bolsjewieken onder leiding van Lenin werd erkend.

Nationalisme in de kunst

He nationalisme van de eerste helft van de 19e eeuw vond in de Romantiek een uitingsvorm. De emotioneel geladen, persoonlijke documenten gaven kleur aan een nieuwe nationale identiteit. Kunstenaar Adolf von Becker (1831-1909) was geraakt door deze kunststroming tijdens zijn studie in Parijs. Voor hem was dit de perfecte stijl om het Finse leven vast te leggen en te verheerlijken. Naast zijn werk als schilder, startte Von Becker een tekenschool in Helsinki. Een opleidingstraject dat de basis vormde voor de latere kunstacademie. Hier werden kunstenaars opgeleid die later de sterren werden van de Gouden Periode met onder anderen Akseli Gallen-Kallela, Helen Schjerfbeck en Elin Danielson-Gambogi.

Na de tekenacademie gingen bijna al deze kunstenaars naar Parijs om daar hun opleiding te vervolgen. Schjerbeck en Danielson kwamen terecht bij Académie Colarossi, Gallen-Kallela Halonen en Enckell bij Académie Julian, waar vele impressionisten hun scholing vonden. Ondanks dat deze generatie kunstenaars de Romantiek loslieten, hielden zij in hun werk vast aan de emotionele kleuring en symboliek van deze kunststroming.

Elin Danielson-Gambogi

Elin Danielson-Gambogi (1861-1919) is vooral beroemd geworden met haar zelfportret uit 1900, waarmee zij een medaille won op de Venetiaanse biënnale van dat jaar. Ze was opgeleid als porselein schilder en tekenleraar en kon dankzij een beurs naar Parijs om daar bij Académie Colarossi haar werk te perfectioneren. Haar zachte kleurgebruik en schakeringen binnen één kleur maken haar werk magisch en hebben een stijloverlap met het werk van de de Brit James McNeill Whistler. De rust, eenvoud en het monotoon kleurgebruik vinden wij later terug in het werk van Helene Schjerfbeck.

Helene Schjerfbeck

Net voor Danielson had Helene Schjerfbeck (1862 - 1946) haar opleiding gehad aan de Académie Colarossi vanaf 1880, waar zij samen met Helena Westermarck naar toe was gereisd. Ook al vallen haar vroege onderwerpen in de belevingswereld van de Romantiek, naar de ideeën van haar leermeester Adolf von Becker, haar stijl kenmerkte zich meer als impressionistisch in de lijn van de Amerikaanse kunstenaar Mary Cassatt. Het levendige kwastgebruik, het spel met licht en de lichte kleuren zorgden dat haar werken fris en helder overkomen. In 1890 keert Schjerfbeck terug naar Helsinki en wordt in 1901 ernstig ziek. Zij besloot om te verhuizen naar Hyvinkää vanwege een sanatorium daar en trok zich terug uit de kunstwereld. Wel bleef zij schilderen en gebruikte kunsttijdschriften om bij te blijven in de kunst. Daardoor ontwikkelde zij een zeer eigen stijl, die in de loop van de jaren steeds abstracter werd. Dankzij kunsthandelaar Gösta Stenman, die in 1913 Schjerfbeck had opgezocht, kwam haar werk weer in de kunstwereld en kreeg zij de nodige publiciteit. Schjerfbeck staat symbool voor de Finse ontwikkeling van impressionistische kunst naar abstract-figuratieve werken, waarbij het portret in haar werk zeer centraal staat.

Eero Järnefelt

Een beetje vreemde eend in het geheel was Eero Järnefelt (1863-1937). Hij ging namelijk niet naar Parijs maar naar Sint Petersburg om daar zijn opleiding te volgen. Voor hem was dit een natuurlijke keuze, zijn vader had ook in Sint Petersburg gestudeerd en de familie van zijn moeder woonde in deze stad. Waaronder zijn oom Mihail Clodt von Jürgensburg die docent was aan de academie van Sint Petersburg. Na zijn opleiding ging hij alsnog naar Parijs om daar inspiratie en bijscholing te vinden.
Het werk van Järnefelt is vol met emotie. Zijn beroemde stuk De loonslaven uit 1893 raakt aan het Realisme van de Franse Jean Millet, maar is donkerder, somberder en politiek gevoeliger. Het zware leven van de onderklasse is hier voelbaar en bijna ruik je de brandende houtstapels. Juist de aandacht voor de Finse onderklasse is passend in de samenleving en de opleving van het Fennomania naar aanleiding van de Russificatieplannen van tsaar Alexander III. Ook zijn natuurschilderijen sloten aan op de behoefte om het landschap als onderdeel van de Finse identiteit op te nemen. In zijn werk staat het water, dat vooral in zuidelijk Finland veel aanwezig is. De kwetsbare planten die drijven op het stromende water, vormen intieme melancholische werken die bijna fotografisch zijn.

Akseli Gallen-Kallela

De bekendste mannelijke schilder in de Gouden Periode is Akseli Gallen-Kallela (1865-1931). In 1884 verhuisde Gallen-Kallela naar Parijs om daar zijn opleiding te volgen bij Académie Julian, waar ook vele impressionisten werken. Opvallend is dat zijn werk in deze periode eerder aansluit bij de Romantiek en het Realisme dan het Impressionisme. Démasquée uit 1888 heeft veel gemeen met de schilderstijl van de Nederlandse Breitner. Alleen de dame zit provocatief, naakt op een bank en kijkt de beschouwer strak aan. Zij is hier in controle, naast een vaas met lelies die staan voor haar maagdelijkheid, terwijl op de tafel een schedel ligt als teken van de dood. De symboliek in het werk komt ook terug in zijn serie die gewijd is aan de Kalevala, het boek van Elias Lönnrot, waarvoor Gallen-Kallela gevraagd was om deze te illustreren. Hier vinden wij die typische Finse elementen van Finse volksverhalen en mythen verbonden aan het Finse landschap, samengesmolten tot krachtige kunstwerken.
In 1895 veranderde zijn stijl abrupt na het overlijden van zijn dochter. Een reeks kunstwerken vol drama, symboliek, geweld, dood en verdriet werden door hem vastgelegd met hard omlijnde figuren, sterk beïnvloed door de Japanse prentkunst en de opkomende Jugendstil. Wanneer hij in 1908 samen met zijn vrouw verhuist naar Parijs en later Nairobi, wordt zijn schilderstijl sterk beïnvloed door het fauvisme van Matisse en Gauguin. Deze kleurrijke stijl nam hij in 1911 mee terug naar Helsinki.

Pekka Halonen

De voorliefde voor het Finse landschap en de natuur van Järnefelt en het fauvistische kleurgebruik van Gallen-Kallela, vind je terug in de werken van Pekka Halonen (1865-1933). Halonen startte later met zijn schilderscarrière dan zijn leeftijdgenoten, maar zijn werk heeft hier niet onder geleden. Met Met sneeuwbedekte jonge pijnbomen uit 1899 laat Halonen eenzelfde liefde voor de Finse natuur zien als Järnefelt. De subtiel omlijnde sneeuwbergjes op de plant, worden geschaard onder het Finse Japonisme of Jugendstil. Terwijl zijn Tomaten uit 1914 veel overeenkomsten hebben met het kleurgebruik van Gauguin, waar Halonen in 1884 lessen volgden aan diens privé academie in Parijs.

Magnus Enckell

De voorliefde voor kleur was wezenlijk de drijfveer achter het werk van Magnus Enckell (1870-1925). Tijdens zijn studie in 1891 aan de Académie Julian in Parijs raakte hij sterk beïnvloed door de symbolistische kunst en het werk van de Franse Pierre Puvis de Chavannes. Hij maakte bijna archaïsche schilderijen van de mens, waarbij het lichaam werd vereenvoudigd tot een ideaal beeld. Dat gecombineerd met een rijk kleurgebruik maakte het werk van Enckell zeer geliefd. Enckell is uiteindelijk vooral beroemd gebleven om zijn vele mannelijke portretten en naakten die voor hem de vervanging waren van de vrouwelijke muse.

Finse kunst in Europa

De Finse kunst- en architectuur werd in 1900 tijdens de Wereldtentoonstelling in Parijs pas echt zichtbaar voor het Europese publiek. Opvallend was de aanwezigheid van een Fins paviljoen tijdens deze expositie, terwijl tsaar Nicolaas II bezig was met Russificatie van Finland. Mede dankzij deze zichtbaarheid, gecombineerd met de zakelijke en vriendschappelijke relaties die veel Finse kunstenaars en handelaren hadden met andere Europeanen, trok de Finse kunst de aandacht. Met het aantreden van de Eerste Wereldoorlog werd reizen moeilijker en kwam de kunstwereld tot betrekkelijke stilstand. Kopen van kunst had niet meer de prioriteit. Bij het einde van de Eerste Wereldoorlog verschuift de aandacht van de symbolische kunst en Jugendstil meer naar de abstracte kunstvormen met voor West-Europa het Bauhaus als leidend voorbeeld. De Finnen komen pas na 1940 weer echt in beeld met de architectonische ontwerpen van Saarinen en Aalto om vanaf de jaren ’50 een podium te vormen voor de toegepaste vormgeving met aardewerkmerken als Iittala en Arabia.

Afbeeldingsbronnen:

Reis moderne kunst en architectuur in Helsinki
Reis Moderne kunst en architectuur in Helsinki

Ontdek de bijzondere Finse kunst en architectuur van deze Gouden Periode met de reis Moderne kunst en architectuur in Helsinki. De vele kunstwerken vanaf 1850 tot en met nu vind je terug in de 3 musea en 3 private verzamelingen die wij bezoeken. Samen met de vele stadswandelingen en een bezoek aan het woonhuis en atelier van Alvar Aalto, krijg je een goed beeld van de Finse kunst en architectuur, van vroeger en nu.

Direct naar deze reis
Cursus geschiedenis over de 19e en 20ste eeuw
Meer geschiedenis?

Ben je meer geïnteresseerd in de geschiedenis dan de kunst? Kijk dan eens bij onze geschiedeniscursus over 19e en 20ste eeuw. Deze 8-delige cursus kun je interactief online volgen.

Meer over deze cursus

©Afbeelding: foto KaperGerlings Instituut, impressie van de kunstcollectie van Collectie Kirpilä