Van rechte straat naar routewijzer tot statussymbool

Niet iedere straat is zomaar een straat. We hebben straten, wegen, stegen, lanen en boulevards. Elke naam heeft een andere kleuring. Onze kleuring van de betekenis van een straat, kunnen we terugvoeren naar het Rome van de 16e eeuw. Een tijd waarin de straat een onderdeel wordt van een grootstedelijk straattheater. De weg als statussymbool kende een korte weg ernaar toe.
(onderaan deze pagina vind je afbeeldingen en een overzicht van de pausen in de 16e eeuw)

Rome in de 16e eeuw
Rome was in de 16e eeuw een stad vol verrassingen met kronkelige wegen, ruïnes, kerken, paleizen, grote open gebieden en weilanden binnen de stadsmuren van keizer Aurelianus (gebouwd tussen 271 en 280 na Christus). De grootsheid van de oude stad zoals dit in de hoofden van de bewoners zat, was niet terug te vinden in deze situatie. Buiten de zichtbare vervallen elementen waren er ook problemen met de watervoorziening, riolering en het vervoer. Voor de pauselijke machthebbers werd Rome een stad met veel ongemak die zocht naar een oplossing. Juist in een periode waarin de pauselijke macht verschoof naar een meer priesterlijk leiderschap met de val van Constantinopel (en daarmee de machtsverlies van de Griekse Patriarch), de protestante protesten in Noord-Europa en het verzet binnen de eigen kerk, moest Rome worden tot het epicentrum van de Christelijke hoven. De verschuiving van het pauselijke hof van St Jan in Lateraan naar de Sint Pieter en het Vaticaan was de eerste stap. Vervolgens nam het Vaticaan het stadsbestuur over van de voorheen heersende stadsadel. De maestri di strada werd in 1480 een onderdeel van het apostolische ambtenarenapparaat en kreeg zelfs het recht om privaat eigendom te onteigenen en te slopen ten behoeve van het openbare welzijn en de bouw van belangrijke Christelijke en openbare gebouwen. Vanaf de vroege 16e eeuw werd een belasting geheven voor het beheer van de straten en pas in 1574 kwam een bouwcode tot stand, die als pauselijke bul werd afgekondigd.

De hoofdstraat
De verbindende route tussen Vaticaanstad en S. Giovanni in Laterano rondom 1450 werd gevormd door de Via Papale (afbeelding 8). Deze straat was ook de processiestraat tussen beide kerken die nieuwe pausen tijdens hun investituur gebruikten, net als de nieuwe keizers van het Roomse keizerrijk over deze route reden. De eerste ingreep aan deze straat was de bouw van Palazzo Venezia (1435-1455, architecten waren Giuliano da Maiano en Francesco del Cera met Leon Battista Alberti als adviseur) het paleis van de latere paus Paulus II (paus tussen 1464 - 1471) (afbeelding 4 2). Hij liet ook de Corso aanpassen, als rechte aanvoerroute naar zijn paleis (afbeelding 9). Aan de andere zijde van Via Papale, bij de brug over de Tiber die de wijken Borgo (de wijk van Vaticaanstad) met de wijk Banchi (naar bankiers die hier voornamelijk woonden) verbond, was een constante filevorming van mensen die de brug over wilden. Hier had Paus Julius II grootse plannen in samenwerking met Donato Bramante. Hij wilde de wijk Banchi aanpassen met een grote nieuwe straat, de Via Giulia en aan de overzijde van de rivier de Via della Lungara, parallel aan elkaar (afbeelding 1). De Via Giulia zou een brug krijgen naar de Borgo. En Bramante introduceerde hier al een uniek element, namelijk regelgeving over de maximale hoogte van de nieuwe gebouwen aan de Via Giulia, zodat er een uniformiteit ontstond in het straatbeeld. Voor Julius II was deze straat niet alleen een stedelijke ingreep, hij wilde hier ook het Paleis van Justitie van het Vaticaan naar toe verhuizen, om zo de stedelijk macht uit te dagen. Daarmee werd de nieuwe straat een routewijzer van de macht. Helaas, Julius II overleed voordat zijn plannen konden worden gerealiseerd. De straat was aangelegd, de brug niet en daarmee viel het project stil.

Het trivium
Zijn opvolger Leo X was een Florentijn en wilde zijn Florentijnse vrienden te vrede houden. Hij besloot om langs de Via Giulia een kerk te bouwen, de San Giovanni dei Fiorentini (1518 - 1612, door architecten Jacopo Sansovino, Giacomo della Porta, Carlo Maderno en Alessandro Galilei). Die lag aan de Via Giulia en kreeg een directe verbinding naar de Ponte Sant'Angelo, de brug over de Tiber. Hiermee werd een straat (de huidige Via Paola) een wezenlijke zichtas naar de kerk. Deze straat maakte een mooie hoek met de Via Papale (nu Via del Banco di Santo Spirito) en men besloot om die hoek te spiegelen door een tweede kleine straat aan te leggen, puur uit esthetische overweging (Via di Panico). Hiermee ontstond een trivium, een nieuwe stedelijke formule zonder voorganger in de klassieke oudheid of de middeleeuwen (afbeelding 1).

Het trivium bood enorm veel mogelijkheden, het zorgde in de basis voor de mogelijkheid om een stuk in de stad te centreren. Alleen bleef de vernieuwing in deze periode bij incidentele gevallen, waarbij de tweede versie vooral gevolg was van eerder ondernomen stappen. Leo X startte met de aanleg van rechte straat (Via di Ripetta) vanaf het Piazza del Popolo voor een rechte lijn naar het familie paleis, Palazzo Madama. Deze straat had een scherpe hoek ter hoogte van het Piazza del Popolo met de Corso, die straat die door Paulus II was aangepast rondom 1460. In 1525 werd door Clemens VII (ook een lid van de'Medici familie) de Strada del Babuino (toen Via Clementina genoemd) aangelegd als verbindende weg naar het Piazza di Spagna. Deze straat was gespiegeld aan de Via di Ripetta en zo werd het tweede trivium compleet gemaakt (afbeeldingen 9 en 10).

Processieweg naar een hoogtepunt
De komst van Karel V in 1536 veranderde het belang van een goede processieweg. De keizer kwam na een overwinning op de Turken in Tunesië naar Rome. Paus Paulus III liet snel de route opknappen: de straten werden vereffend, deels voorzien van stenen en versieren met tijdelijke triomfbogen. De straat werd een politiek statement, waarbij de route en de aanliggende gebouwen passend waren voor de regerend vorst. In de eerste fase dacht men om de keizer ook via het Campidoglio te laten rijden, maar dit stedelijke bestuurscentrum was in erg vervallen staat. De paus en het stadsbestuur vroegen Michelangelo voor een ontwerp (afbeelding 3), alleen zijn proces en de latere verbouwing gingen zo traag, dat het Campidoglio tijdens het bezoek van Karel V alleen werd opgeruimd en het standbeeld van Marcus Aurelius (men dacht toen dat dit Constantijn de Grote was) werd op de berg geplaatst. Het ontwerp voor het Campidoglio door Michelangelo (startte in 1534, maar de bouw werd pas werkelijk afgerond in 1654, terwijl het stratenpatroon pas in 1940 onder Mussolini werd aangelegd) is wel de volgende stap in het proces van straat naar statussymbool. Michelangelo draaide het Senatorenpaleis met zijn façade weg van het Forum en richting het eigen Campidoglio. Vervolgens werd de weg naar het complex omgevormd tot een trap met links en rechts de beelden van Castor en Pollux. De trap zorgde dat het paleis als eindpunt van een zichtas werd gepositioneerd, waardoor de straat de route vormde richting het stadsbestuur. De as leidde naar een hoogtepunt, precies zoals deze as werd gebruikt bij het Hellenistische heiligdom in Praeneste (zie World History Encyclopedia) of het Egyptische grafcomplex van Hatshepsut in Deir el-Bahri (zie World History Encyclopedia).

Architectonische eenheid
Met dit ontwerp op de Campidoglio bracht Michelangelo een nieuw facet in de architectuur. Waren de straten zoals Via Guilia, Corso en Via di Ripetta vooral communicatieve wegen die de bezoeker snel van A naar B kon brengen. Met het Capitool werden het plein, de straat en de omliggende architectuur één stedenbouwkundig concept dat moest zorgen voor een totale triomf van de plek. Een waardige eindbestemming. Onder Julius III werd de Strada Pia (nu Via Venti Settembre) aangelegd, opnieuw naar een ontwerp van Michelangelo. Deze straat vanaf de Quirinale tot aan Porta Nomentana was een rechte as dwars door een redelijk leeg stuk stad (afbeelding 4). Beide uiteinden werden hier als kunstwerken ontworpen. Aan de stadszijde stonden de beelden van Castor en Pollux (nu op het Capitool) en de stadspoort kreeg een rijke versierde binnenpoort (afbeelding 5).

De weg als route naar een waardig eindpunt (of vertrek vanuit een waardig beginpunt) was hiermee voltooid. Paus Sixtus V maakt samen met zijn architect Domenico Fontana het slotakkoord van deze unieke stedenbouwkundige ontwikkeling (afbeelding 6). Samen ontwikkelden zij een masterplan voor Rome (dat was ook een noviteit), waarbij de zeven pauselijke kerken de eindpunten moesten vormen van verschillende hoofdassen. Daarmee de macht van de paus over Rome te benadrukken én om pelgrims te helpen om deze kerken te vinden. Elke weg lag tussen twee punten van belang, een kerk, ruïne of stadspoort. De zeven kerken waren St Pieter (afbeelding 7), S. Giovanni in Lateraan, S. Croce in Jerusalem binnen de muren, S. Agnese, S. Lorenzo en S Paolo buiten de muren en centraal in het gehele plan de Santa Maria Maggiore. Deze laatste lag naast Villa Montalto, het familieverblijf van Sixtus V, en daarmee had zijn familie ook veel te winnen met deze lanenstructuur. Bovendien zorgde Sixtus V ervoor dat ook nieuwe wijken, vooral de aristrocratische wijk en het hart van de stad Rome werd voorzien van schoon drinkwater. Dankzij de herontdekking van het manuscript De aquis urbis Romae in 1492 van de schrijfer Frontinus, de watercommissaris van keizer Trajanus, werd het waterbeheer van het oude Rome eigen gemaakt. Het acquaduct Acqua Felice (het vroegere acqua Alexandrina) werd hersteld.
Er was alleen één 'probleem', Sixtus en Fontana wilden dat de focuspunten in de nieuwe wegen, de weg niet mocht blokkeren. Zodoende kwam men op de oude obelisk als focuspunt. Deze heidense objecten werden gekerstend door hen te bekronen met een wereldbol en het kruis. Daarmee de kerk als triomfator over de oude heidense geloven. Niet alle wegen zijn uitgevoerd, terwijl het plan wel de stad haar nieuwe alure gaf.

Goed voorbeeld doet goed volgen
Deze wegen met een focuspunt aan het begin en het einde, of de route naar een waardig triomfantelijk hoogtepunt, door rechte lanen en het trivium (de driesprong) werden de onderleggers van de latere 17e-eeuwse stadsaanleg en parkaanleg van de vorstelijke verblijven in Europa. Denk dan aan de tuinen van Versailles, de drie lanen vanuit Paleis het Loo in Apeldoorn, de Champs Elysee in Parijs en de aanleg van Washington DC in de Verenigde Staten.De betekenis van de straat veranderde van een reguliere route van A naar B, naar een communicatielijn tussen belangrijke wijken, de wegwijzer naar belangrijke gebouwen in de stad en uiteindelijk tot een processie- en triomfweg van de aanwezige heersende macht.

 

Studeer architectuurgeschiedenis
Meer weten? Studeer architectuurgeschiedenis bij KaperGerlings

Ben je geboeid en wil je meer weten over de ontwikkelingen in de architectuur? Volg dan een van onze cursussen of schrijf je in voor de gehele verdiepende leergang architectuurgeschiedenis

Direct naar ons architectuurgeschiedenis cursussen
Lees meer over Rome rondom 1600
Kaarten-vinden
Meer kaarten bekijken

Een deel van de kaarten is online terug te vinden in hoge kwaliteit (en uit te vergroten).

©Afbeeldingen
1,4,6 en 9: Giambattista Nolli, kaart van Rome, 1748. Via The Interactive Nolli Map Website van de University of Oregon
2. Palazzo Venezia, foto van scalleja via Wikipedia
3. Etienne duPérac, Zicht op het Campidoglio als herontworpen door Michelangelo, uit "Speculum Romanae Magnificentiae", 1569, collectie MET New York
5. Sala dei Pontefici, Palazzo del Laterano, via italianodeldiritto.com
7. Federico Zuccaro, zicht op Sint Pieter, 1603. Coll. Getty Collection
8. Carlo Nolli, kaart van het oude Rome, 1748. coll. MET New York

Pausen in de 16e eeuw
  • Alexander VI (1431 - 1503, geboren als Rodrigo de Borja) paus vanaf 11 augustus 1492 - 18 augustus 1503
  • Pius III (1439 - 1503, geboren als Francesco Todeschini) paus vanaf 22 september - 18 oktober 1503
  • Julius II (1443 - 1513, geboren als Giuliano della Rovere) paus vanaf 1 november 1503 - 21 februari 1513
  • Leo X (1475 - 1521, geboren als Giovanni di Lorenzo de'Medici) paus vanaf 9 maart 1513 - 1 december 1521
  • Adrianus VI (1459 - 1523, geboren als Adriaan Florensz Boeyens) paus vanaf 9 januari 1522 - 14 september 1523)
  • Clemens VII (1478 - 1534, geboren als Giulio de'Medici) paus vanaf 19 november 1523 - 25 september 1534
  • Paulus III (1468 - 1549, geboren als Alessandro Farnese) paus vanaf 13 oktober 1534 - 10 november 1549
  • Julius III (1487 - 1555, geboren als Giovanni Maria Ciocchi del Monte) paus vanaf 7 februari 1550 - 23 maart 1555
  • Marcellus II (1501 - 1555, geboren als Marcello Cervini degli Spannocchi) paus vanaf 9 april 1555 - 1 mei 1555
  • Paulus IV (1476 - 1559, geboren als Gian Pietro Carafa) paus vanaf 23 mei 1555 - 18 augustus 1559
  • Pius IV (1499 - 1565, geboren als Giovanni Angelo Medici) paus vanaf 25 december 1559 - 9 december 1565
  • Pius V (1504 - 1572, geboren als Antonio Ghislieri) paus vanaf 7 januari 1566 - 1 mei 1572
  • Gregorius XIII (1502 - 1585, geboren als Ugo Boncompagni) paus vanaf 13 mei 1572 - 10 april 1585
  • Sixtus V (1521 - 1590, geboren als Felice Piergentile) paus vanaf 24 april 1585 - 27 augustus 1590
  • Urbanus VII (1521 - 1590, geboren als Giovanni Battista Castagna) paus vanaf 15 september - 27 september 1590
  • Gregorius XIV (1535 - 1591, geboren als Niccolò Sfondrati) paus vanaf 5 december 1590 - 16 oktober 1591
  • Innocentius IX (1519 - 1591, geboren als Giovanni Antonio Facchinetti) paus vanaf 29 oktober 1591 - 30 december 1591
  • Clemens VIII (1536 - 1605, geboren als Ippolito Aldobrandini) paus vanaf 30 januari 1592 - 3 maart 1605