Indoctrinatie en propaganda met kunst en architectuur

In Museum Arnhem kun je nu de tentoonstelling Kunst in het derde rijk bezoeken. Een expositie die laat zien hoe een politiek apparaat kunst en architectuur inzette om haar ideale wereld te presenteren en de bevolking te indoctrineren. De kunstwereld als onderdeel van de propaganda. Wat vooral blijft hangen is de reflectie naar het heden, want hoe zit dat nu?

De ideale mens: vrouwen slank, ronde vormen, mannen slank en gespierd, beiden behorende tot de midden- of arbeidersklasse, blond, blank en blauwe ogen. En woonachtig in een bosrijk landschap of op het boerenland. Het ideale Duitsland tijdens het derde rijk was burgerlijk, nationalistisch, rascistisch, militair en hiërarchisch met de man als leider. In de tentoonstelling van Museum Arnhem komen prachtige schilderijen voorbij met deze onderliggende thema's.

Mag je de kunstwerken eigenlijk wel als prachtig beoordelen? Na de val van het derde rijk, hingen Amerikaanse hooggeplaatste militairen Duitse schilderijen van onderzeeërs in de woelige zee op in hun kantoren. Andere plek, andere betekenis, eenzelfde waardering voor het kunstwerk. Zo ook in deze tentoonstelling. De schilderijen zijn uit hun context getrokken, opgehangen in het museum en worden schriftelijk weer in hun context terug gebracht. Daarmee komt de vraag weer terug: zijn de kunstwerken mooi, welke stijl is dit, lijkt dit niet erg veel weg te hebben van de Kubisten, Impressionisten of Realisten? En dat gecombineerd met de teksten die uitleg geven over de beperkte vrijheid die kunstenaars hadden in de onderwerpen die zij konden uitbeelden, in de grillige wereld waarin een kunstwerk kon leiden tot roem en tot gevangenisstraf, afhankelijk van de kijker. Dat wanneer jouw werk op de expositie over Entartete Kunst niet direct betekende dat je nooit meer in Duitsland aan de bak kwam. En wanneer jouw werk aanwezig was op de Große Deutsche Kunstausstellung in München ook geen eeuwige bestaanszekerheid bood.

In de zomer draaide de tentoonstelling POWER SPACE VIOLENCE. Planning and Building under National Socialism bij de Akademie der Künste in Berlijn. Ook hier staat het derde rijk en haar staatspolitiek centraal, nu gericht op de architectuur in Duitsland en daarbuiten in de periode van 1933 tot en met 1957 (want wat doe je met de gebouwen na dit regime?). Ook hier de nadruk op de positie van de maker tegenover de opdrachtgever. En ook hier dat de architect zich bewust is waar zijn ontwerp toe dient en hij zichzelf en zijn naasten ook in leven wil houden. Alleen deze expositie zet de deuren verder open, voorbij aan het derde rijk. Want architectuur is vaak, net als kunst, politiek gekleurd. De tentoonstellingmakers kijken naar de Sowjet Unie, de Verenigde Staten en naar de Wederopbouwperiode in Europa. Hoe bouwt men voor de bevolking en welke objecten worden wel of niet opnieuw gebouwd, nadat deze zijn vernietigd tijdens de Tweede Wereldoorlog?

Opvallend dat tijdens het bezoek, meerdere medebezoekers samen met ons reflecteerden op de huidige wereld, de huidige politiek en de komende periode. Hoe zal bij ons het kunstbeleid veranderen, de stedenbouw veranderen en de samenleving veranderen? Zijn wij ons bewust van de huidige kleine stapjes die er gemaakt zijn en worden in een transitie naar een ander wereldbeeld? Recentelijke onderzoeken naar het neoliberale beleid van onze rijksoverheid laten zien welke gevolgen keuzes in de jaren '80 hebben voor onze huidige samenleving (zie onder anderen Naomi Woltring, De marktconforme verzorgingsstaat 1989-2008, 2023, Naomi Woltring en Merijn Oudenampsen, 'De jaren tachtig waren bij uitstek ideologisch' in Financieel Dagblad, 4 januari 2024 en Bram Mellink en Merijn Oudenampsen, Neoliberalisme, een Nederlandse geschiedenis, 2022). Gevolgen die wij ook in de cultuursector zien met termen als cultureel ondernemerschap, marketingwerking in de kunst en de verschillende subsidies die steeds verder worden uitgekleed.

Zelfs heel recente gebeurtenissen laten zien dat kunst politiek is en blijft, zeker wanneer het gaat over kunst in internationale context. In Polen was kunstenaar Ignacy Czwartos gevraagd (en gecontracteerd) om de Poolse bijdrage aan de kunstbiënnale van Venetië in 2024 te leveren. Met de politieke verandering na de recente verkiezingen wordt hij nu bedankt, want zijn werk is teveel verbonden met de politiek van de PiS partij, die de voorgaande regering vormde. De huidige minister van cultuur ziet liever het Poolse collectief Open Group als vertegenwoordiging van Polen in Venetië (Toef Jaeger, 'Polen trekt omstreden kunst met Merkel, Poetin en swastika terug als inzending' in NRC Handelsblad, 4 januari 2024).

De expositie Kunst in het derde rijk laat duidelijk zien hoe politieke keuzes en voorwaarden het kunstbeleid bepalen, de specifieke eindwerken bepalen en ook hoe wij deze beschouwen. Dankzij een goed opgezet verhaal aan de hand van een tijdlijn die zowel politieke en maatschappelijke gebeurtenissen én beslissingen voor de kunstwereld op een rij zet, krijg je een goed beeld hoe het Duitse kunstbeleid in kleine stapjes veranderde tot staatspropaganda. De tentoonstelling maakt de kijker bewust van oorzaken en gevolgen die leiden van een toekomstbeeld op papier naar de verwezenlijking in de praktijk. De tijdlijn roept de vraag op: waar staan wij eigenlijk in de ontwikkeling van dit proces in de huidige tijd? En zoals hierboven eerder is geschreven: mag je deze kunst eigenlijk wel mooi vinden? Het politieke label blijft lang plakken.

De expositie Kunst in het derde rijk in Museum Arnhem loopt nog tot en met 24 maart 2024. Voor meer informatie en tickets, kijk op de website van Museum Arnhem.

 

Studeer geschiedenis van de 19e en 20ste eeuw
Studeer geschiedenis van de 19e en 20ste eeuw

Wil je meer weten over de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog, de aanloop en de gevolgen? Volg dan onze geschiedeniscursus over de 19e en 20ste eeuw.

Direct naar deze cursus
Lees meer over de expositie Kunst in het derde rijk

©Afbeelding: Henk Monster, Museum Arnhem, bron wikipedia