Afgelopen week opende in het Stedelijk Museum Amsterdam de tentoonstelling Erwin Olaf – Freedom, de eerste grote overzichtsexpositie na het overlijden van de fotograaf. Het museum kiest er bewust voor om geen melodramatisch verhaal te vertellen en de maker niet op een voetstuk te plaatsen. Dankzij veel beeld- en geluidsmateriaal van Olaf zelf krijg je als bezoeker een intieme inkijk in zijn leven en werk.
Het overkomt me niet vaak dat ik emotioneel geraakt word door een tentoonstelling, maar hier gebeurde het wel. Misschien komt dat door het persoonlijke verhaal en de gebeurtenissen die Olaf inspireerden om zijn werk te maken. Elke zaal belicht een periode uit zijn leven, met foto’s, toelichting en achtergrondverhalen. Die achtergrondverhalen komen vooral tot leven in de audiotour, ingesproken door mensen die een belangrijke rol in zijn leven speelden.
Je ziet zijn eerste foto’s, gemaakt in opdracht voor tijdschriften, die hem naar de studiofotografie leidden. Vervolgens krijgen zijn bekende naaktportretten, feesten, activisme en veranderende keuzes meer context. Bij Olaf had elke foto en serie een duidelijke aanleiding. Waar hij in het begin vooral de vrijheid vierde, verschoof zijn focus later naar het beschermen van vrijheden. Naarmate je dieper de expositie ingaat, word je je bewuster van zijn activistische karakter. Mooie beelden, met een wezenlijke betekenis.
Aan de laatste vijftien jaar van zijn carrière worden in de laatste zalen ruimschoots aandacht besteed. Grote fotoseries als Grief en Shanghai passeren de revue, evenals Im Wald, dat duidelijk geïnspireerd is door de Duitse romantiek.
Het Stedelijk Museum heeft een waardevolle tentoonstelling neergezet: veel indrukwekkend werk, een sterke verhaallijn en een treffend portret van Erwin Olaf. Een man met een groot hart voor zijn naasten en een onvermoeibare strijder voor gelijke behandeling en vrijheid voor iedereen.