Het is een ongelooflijke luxe: in één maand tijd meerdere internationale kunstexposities mogen bezoeken en die in de komende maanden zelfs vaker te zien. Mijn huidige vraagstuk is daarom ook een luxeprobleem. Want door zoveel kunst, exposities en alles wat daarbij hoort te zien, drong de volgende vraag zich aan mij op: welke rol heeft kunst hier, daar en overal? En is de huidige vorm van kunstexposities toe aan een verbeterslag?
De vraag komt niet zomaar op. Ze speelt in de catalogus van de 61ste Venetiaanse Biënnale, in de uitingen van Manifesta 16 in het Ruhrgebied en bij Sonsbeek 16 in Arnhem. Ik ben dus niet de eerste die dit vraagstuk stelt. Er leeft iets binnen de kunstwereld.
In de afgelopen decennia heeft een kritische kunsttheorie zich een plek veroverd in de kunstwereld. Deze theorie benadert kunst als een maatschappelijk, politiek en cultureel fenomeen. Binnen deze visie heeft kunst een rol gekregen die in de Middeleeuwen aan de hofnar of troubadour was toebedeeld: zichtbaar maken, bevragen en uitdagen van machtsstructuren, ideologieën, sociale ongelijkheid en dominante normen en waarden. Kunst is hierin altijd geladen.
Deze kritische blik resulteert in kunst die een verhaal wil vertellen. Het kunstobject fungeert als middel om een gesprek te starten, mensen een ander perspectief te bieden of oplossingen aan te reiken. Vaak wordt de bezoeker uitgenodigd om deel te nemen aan het maakproces. Ook performances komen vaker voor: optredens waarin een handeling wordt nagedaan, een karikatuur wordt getrokken of een nieuwe manier van doen wordt geïntroduceerd. Een mooi voorbeeld van een museum met deze visie is Fenix in Rotterdam.
Toch vraag ik me af, zeker omdat ik zelf lezingen geef en rondleidingen verzorg door deze tentoonstellingen: wat moet je al weten om deze kunst te kunnen begrijpen? En is de kloof tussen degenen die deze kunst begrijpen en degenen die kunst vooral als kunst voor de kunst zien al te groot?
Afgelopen weken spreek ik mij vaker uit dat ik een raad-maar-wat-ik-eigenlijk-wil-vertellen-tentoonstelling ervaar. Gesterkt door onduidelijkheid over welke rol de kunst volgens de curator heeft.
Door bij de start van een tentoonstelling duidelijk te maken hoe de kunst is geselecteerd, wordt de expositie toegankelijker. Ik mis een begeleidende leidraad, bijvoorbeeld in de vorm van muurteksten. Denk aan:
- “Ik als curator heb gekozen voor kunstwerken die ik mooi vind.”
- “Kunst helpt ons de wereld uit een ander perspectief te zien.”
Om vervolgens per zaal, kunstenaar of werk een zinnetje toe te voegen dat het hoofdverhaal verduidelijkt:
- “Mooi, hè?”
- “Wel eens bedacht dat de natuur ook terugkijkt?”
- “Wist je dat de westerse wereldvisie niet de enige manier is om de wereld te zien? Deze makers bieden een andere kijk.”
Een praktische keuze, een heldere leidraad, een eerste aanzet. Feitelijk gewoon volwassen educatie. Niet omdat we dom zijn, maar omdat we in tien minuten hun onderzoek van een heel jaar moeten verwerken. Praat ons bij, dan kunnen we meedoen.
De vraag “Welke rol heeft kunst?” is niet de vraag die ik heb. De echte vraag is: Waarom weigeren steeds meer tentoonstellingsmakers mij uit te leggen wat zij willen vertellen? Want dan nemen zij jou en mij mee in hun verhaal, krijgen zij gelijkwaardige gesprekspartners en wordt ons brein actief geprikkeld. Maar misschien wordt dan pijnlijk duidelijk dat hun verhaal dun is. En dat de kunst vooral om de kunst gaat – wat fijn is, want dan kan ik genieten van schoonheid en ontsnappen aan de waan van de dag. Ook dat is een rol voor de kunst.